Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten
 

 

De WIA-uitkeringen

•  De WIA maakt onderscheid in drie groepen

•  Referte-eis

•  WGA-uitkering

•  Loongerelateerde WGA-uitkering

•  Loonaanvullingsuitkering of vervolguitkering

•  Sollicitatieplicht

•  Geen recht op WW

•  Minder dan 35% arbeidsongeschikt: geen uitkering


De WIA-uitkeringen

De WIA maakt onderscheid in drie groepen, die aanspraak kunnen maken op een WIA-uitkering:

A. Volledig (meer dan 80%) én duurzaam arbeidsongeschikt

B. Volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt

C. Gedeeltelijk arbeidsongeschikt (maar tenminste 35%)

Wie minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard heeft geen recht op een WIA-uitkering.

 A. Meer dan 80% arbeidsongeschikt

Geen of geringe kans op herstel ( duurzaam arbeidsongeschikt)

IVA-uitkering : 70% van het laatst verdiende loon tot aan het pensioen.

Om voor een IVA-uitkering in aanmerking te komen moet u volledig én duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Duurzaam wil zeggen dat er geen of maar een heel geringe kans op verbetering in de medische situatie aanwezig is.

Bij een geringe kans op herstel vindt de eerste 5 jaar een jaarlijkse herbeoordeling plaats.


B. Meer dan 80% arbeidsongeschikt

Uitzicht op herstel (niet duurzaam arbeidsongeschikt)

WGA-uitkering : 70% van het laatstverdiende loon.

Eventuele verdiensten uit werk worden voor 70% gekort op de uitkering.

De uitkering kan doorlopen tot aan het pensioen, maar omdat herstel mogelijk is zal van tijd tot tijd een herbeoordeling plaatsvinden.


C. 35 – 80% arbeidsongeschikt

WGA-uitkering : als aan de referte-eis wordt voldaan is er recht op een loongerelateerde uitkering. De duur daarvan hangt af van de leeftijd. Daarna is er recht op een vervolguitkering of (bij voldoende inkomen uit werk) een loonaanvulling. De hoogte van die uitkering is mede afhankelijk van het inkomen uit werk.


Referte-eis

Net als bij de WW wordt voor de WGA het begrip referte-eis gebruikt. Dat betekent dat u in de 36 weken voorafgaand aan uw eerste ziektedag ten minste 26 weken moet hebben gewerkt. Het hoeft niet om volledige werkweken te gaan. Als u bijvoorbeeld in een week maar één dag heeft gewerkt, is dat al voldoende om mee te tellen. Ook doorbetaalde vakantieweken tellen mee.

WGA-uitkering

De regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) maakt een onderscheid in twee verschillende groepen:

•  Volledig (80 – 100%) arbeidsongeschikt (maar met kans op herstel)

•  Gedeeltelijk (35 – 80%) arbeidsongeschikt

a. Volledig arbeidsongeschikt

Bent u volledig arbeidsongeschikt verklaard, dan hebt u recht op een uitkering van 70% van het loon dat u verdiende voordat u ziek werd. Als u aan de referte-eis voldoet is dat eerst een loongerelateerde uitkering en daarna een loonaanvullingsuitkering . Als u niet aan de referte-eis voldoet dan ontvangt u meteen de loonaanvullingsuitkering. Beide uitkeringen zijn even hoog.

De uitkering kan doorlopen totdat u 65 jaar bent. Maar het UWV kan u oproepen voor een herbeoordeling omdat er kans is op herstel. Die herbeoordeling kan ertoe leiden dat u nog maar gedeeltelijk of helemaal niet meer arbeidsongeschikt wordt verklaard en dat heeft gevolgen voor uw uitkering. Als na verloop van tijd blijkt dat er geen uitzicht is op herstel, kunt u alsnog in aanmerking komen voor een IVA-uitkering.

Mocht u naast uw uitkering nog (kleine) bijverdiensten hebben uit werk, dan mag u daarvan 30% houden bovenop uw uitkering. De rest (70%) wordt gekort.

b. Gedeeltelijk arbeidsongeschikt

Als u gedeeltelijk (maar wel méér dan 35%) arbeidsongeschikt bent verklaard, wordt eerst bekeken of u in aanmerking komt voor een loongerelateerde uitkering van 70% van uw laatstverdiende loon. U moet daarvoor aan de referte-eis voldoen. Mocht u naast uw uitkering nog verdiensten hebben uit werk, dan mag u daarvan 30% houden bovenop uw uitkering. De rest (70%) wordt gekort.

Loongerelateerde WGA-uitkering

Als u aan de referte-eis voldoet hebt u recht op een uitkering van 70% van het loon dat u verdiende voordat u ziek werd. De uitkering duurt tussen 6 maanden en 5 jaar. Dat is afhankelijk van uw leeftijd op de dag dat uw uitkering wordt toegekend.

 

Voorbeeld 1

Uw oude loon was € 3000, =

Uw verdiensten zijn € 1200, =

Uw inkomen wordt dan als volgt:

Uitkering: 70% van € 3000,- € 2100,-

Af: 70% van € 1200,- € 840,-

€ 1260,-

Bij: verdiensten € 1200,-

Totaal inkomen € 2460,-

 

Voorbeeld 2

Uw oude loon was € 3000, =

Uw heeft géén verdiensten

Uw inkomen is dan:

Uitkering: 70% van € 3000,- € 2100,-

 

Hoe lang u de loongerelateerde uitkering krijgt, hangt af van hoeveel u gewerkt heeft voordat u ziek werd. Dis is uw arbeidsverleden. Uw arbeidsverleden bestaat uit 2 periodes:

•         Het fictieve arbeidsverleden. Dit zijn de jaren vanaf het jaar dat u 18 werd tot en met 1997. Bijvoorbeeld: als u in 1969 bent geboren, werd u in 1987 18 jaar. Uw fictief arbeidsverleden is dan 11 jaar.
•         Het feitelijke arbeidsverleden. Dit zijn de jaren vanaf 1998 tot het jaar waarin uw WGA-uitkering ingaat. Alleen de jaren waarin u tenminste 52 dagen loon kreeg, tellen mee. Jaren waarin u voor uw kind zorgde, mantelzorg verleende of onbetaald verlof opnam, kunnen ook worden meegerekend bij het feitelijke arbeidsverleden.

Voor ieder volledig jaar arbeidsverleden heeft u recht op 1 maand loongerelateerde uitkering. Heeft u bijvoorbeeld een arbeidsverleden van 8 jaar, dan krijgt u de uitkering gedurende 8 maanden.

De loongerelateerde uitkering duurt minimaal 3 maanden en maximaal 38 maanden. Ontving u de loongerelateerde uitkering al voor 1 januari 2008? Dan krijgt u de uitkering maximaal 5 jaar.

Loonaanvullingsuitkering of vervolguitkering

Als u niet voldoet aan de referte-eis of als de periode van de loongerelateerde uitkering is afgelopen, krijgt u te maken met de loonaanvullingsuitkering of de vervolguitkering . Dat is afhankelijk van hoeveel u verdient met werk. Dit wordt de inkomenseis genoemd. Er wordt gekeken of u ten minste 50% van uw verdiencapaciteit verdient. Is dat het geval, dan hebt u recht op een loonaanvullingsuitkering . Verdient u minder of helemaal niets, dan hebt u recht op een (veel) lagere vervolguitkering .

Verdiencapaciteit

Uw verdiencapaciteit wordt bij de WIA-beoordeling bepaald. Er wordt dan bekeken welk werk u (in theorie) ondanks uw beperkingen nog zou kunnen doen en wat u daarmee zou kunnen verdienen. Met dat laatste wordt dus vastgesteld wat uw capaciteit is om met werk nog inkomen te verdienen .

Let op:

Het is niet zo dat u het werk ook echt moet doen, alleen het feit dat u het zou kunnen is al voldoende.

Voorbeeld

Stel dat is vastgesteld dat u nog € 2000, = in de maand zou kunnen verdienen. Dan moet u dus minstens € 1000, = met werken verdienen om in aanmerking te komen voor de loonaanvullingsuitkering

Voorbeelden loonaanvullingsuitkering en vervolguitkering

We zetten de twee mogelijkheden voor u naast elkaar. In het ene voorbeeld gaan we er van uit dat u ten minste 50% van uw verdiencapaciteit verdiend met betaald werk. U heeft dan recht op een loonaanvullingsuitkering . In het tweede voorbeeld gaan we er van uit dat u minder verdient of geen inkomsten uit werk heeft. In dat geval heeft u recht op een vervolguitkering .

‘Loonaanvullingsuitkering'

Uitkering: 70% van (verschil oude loon en verdiencapaciteit)

Bijvoorbeeld:

Oude loon € 3000,-

Huidig loon € 740,-

Verdiencapaciteit € 1200, -

Uitkering:

70% van (3000 – 1200) :

70% van 1800 = € 1260,-

Totaal inkomen:

740 + 1260 = € 2000,-

 

‘Vervolguitkering'

Uitkering: minimumloon x uitkeringspercentage

Het uitkeringspercentage wordt bepaald door de mate van arbeidsongeschiktheid:

35 – 45% arbeidsongeschikt : 28% uitkering

55 – 65% arbeidsongeschikt : 42% uitkering

45 – 55% arbeidsongeschikt : 35% uitkering

65 – 80% arbeidsongeschikt : 50,75% uitkering

Bijvoorbeeld:

Oude loon € 3000,-

Huidig loon € 250,-

Verdiencapaciteit € 1200, -

Mate van arbeidsongeschiktheid 40%

Uitkeringspercentage 28%

Uitkering:

28% van € 1272,-(minimumloon) = € 356,16

Totaal inkomen:

250 + 354,20 = € 606,16

 

 

Voor zowel de loonaanvullingsuitkering als de vervolguitkering geldt:

• Maandelijkse toetsing van verdiensten

• De uitkering loopt door tot maximaal het65e jaar

• De uitkering is niet afhankelijk van het gezinsinkomen en het vermogen

Sollicitatieplicht

Bent u gedeeltelijk arbeidsongeschikt (35 – 80%), dan hebt u een sollicitatieplicht net als in de WW. Ook moet u zich als werkzoekende inschrijven bij het CWI. Als u deze plichten niet of onvoldoende nakomt, dan kan het UWV u sancties opleggen tot en met het stopzetten van uw uitkering.De sollicitatieplicht geldt niet als uw inkomen uit werk ten minste net zo hoog is als uw verdiencapaciteit.

Geen recht op WW

Als u bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid geen werk heeft kunt u géén beroep doen op (aanvullende) WW. De WGA begint immers met een loongerelateerde uitkering als u aan de criteria voldoet. Dat zijn dezelfde rechten als de WW. De WW is daarmee ingebakken in de WGA. Hebt u de loongerelateerde uitkering doorlopen of voldoet u niet aan de criteria, dan kunt u alleen in aanmerking komen voor de vervolguitkering of de loonaanvullingsuitkering.

Minder dan 35% arbeidsongeschikt: geen uitkering

Als u minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard, zou u volgens het UWV nog ten minste 65% van uw loon kunnen verdienen. Dit hoeft niet in uw oude functie te zijn. U hebt dan geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De overheid gaat er van uit dat u in dienst blijft bij uw werkgever.

Als u minder dan 35% arbeidsongeschikt bent kunt u geen beroep doen op reïntegratieondersteuning van het UWV. Des te meer hebt u er belang bij om tijdig een beroep te doen op ondersteuning door uw werkgever ook als het gaat om reïntegratie bij een andere werkgever.

Het betekent dat u met uw werkgever moet bekijken of er ander werk is dat u wel kunt doen of dat uw werk kan worden aangepast. Misschien moeten daarvoor de werkplek, uw werkuren of het takenpakket worden aangepast. Als het goed is bent u daar al (samen met uw werkgever) mee bezig geweest in de twee jaar van de ziekteperiode.

Als u ander of aangepast werk kunt doen, kan dat tot gevolg hebben dat u daarmee minder verdient dan voorheen. U hoeft geen passende functie tegen een lager salaris te accepteren. In dat geval kan uw werkgever echter wel een ontslagvergunning aanvragen.

Het kan ook zijn dat uw werkgever wel ander werk voor u hebt maar niet voor een volle week. In dat geval kunt u gedeeltelijk ontslag krijgen en een beroep doen op aanvullende WW.

Als uw werkgever geen ander of aangepast werk voor u heeft kan dat leiden tot ontslag. In dat geval kunt u een beroep doen op een WW-uitkering. U moet zich dan als werkzoekende melden bij het CWI.

 

Aanmelden
Alleen voor deelnemers intranet. Ook lid worden, meld je aan via de knop aanmelden in het menu.

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Onthoud mij

Zoeken
Zoekopdracht
Zoek
Uitgebreid zoeken